De zanger
Hij keek naar
die minzame zanger
een massa in zweem
Wat maakte hem banger,
dan zo’n kwetsbaar geheel?
Waanzinnig hoge toren
waar hij zich in bevindt
Wat hij niet wil horen
is dat onbezonnen kind
Geen ruwe kantjes
of poëtische standjes
Geen verdriet,
of melancholie
Alleen een man en een muur
Ophogend, ophopend, verstikkend
en verdikkend.
Leegte
Angstig keek ik
naar die holte voor mij
zo ontzettend groot
met veel leegte er bij
Niets was het en
niets zou het zijn
Bonk
Bonk
Bonk
Zei mijn hart
Alleen angst
die ik er zag
Aan de rand
van die leegte
legde ik
plots mijn oor
Bleek het
een zee vol leven
een verloren schrift
Kraak mij___________ wieg mee in de wind
Ik hoef niet
te flaneren
of mij te tooien
zonder mooi
over te komen
Kromme tenen
Kromme benen
Alles voegt
en buigt zich
door de tijd heen
Hou mij niet recht
Hou mij, in godsnaam
niet recht
Kruip alleen zacht
en gebogen
tegen me aan.



